Opinie Jan Klinkenberg – Norger Courant 21 maart 2021

DRIE EXPERTS VAN TNO EN TU DELFT ZIEN GEEN PROBLEEM IN BODEMBEWEGING VANWEGE MIJNBOUW

Het heeft maar liefst vijf maanden geduurd, maar nu is het er dan eindelijk. Op 1 maart jl. presenteerde het IMG hun rapport “schade aan gebouwen door diepe bodemdaling en stijging”. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: mijnbouwschade kan hierdoor niet ontstaan, concluderen drie wetenschappers van deze kennisinstituten.

Een tekortschietend en onvolledig rapport
Het eigenlijke onderzoeksrapport is kort (15 pagina’s) en er zijn een 4-tal deelstudies toegevoegd. Twee daarvan in het Engels. De drie onderzoekers zeggen zich uitsluitend op directe schade te hebben gericht, en niet op indirecte schade, omdat dit niet in de adviesaanvraag van het IMG werd genoemd. Het betreft vooral een literatuuronderzoek. En op basis van literatuurstudie grenswaarden voor het ontstaan van schade vast te stellen is natuurlijk onbetrouwbaar. Zo wordt er gerefereerd aan grenswaarden ui 1995, toen het Norgergasveld leeg getrokken was. Destijds was er een totaal andere situatie dan nu. Die historische informatie is in dit verband helemaal niet relevant. Er waren van 1997 tot 2015 nauwelijks schademeldingen rond de UGS Norg, omdat het in die periode alleen maar een “stille buffer” was , gevuld met 3 miljard kuub gas. Dat werkvolume (operating envelop) is nu dus verdubbeld en de werkdrukken worden steeds verder verruimd.

Simulatiemodel belangrijker dan de realiteit?
Er wordt in het rapport een geo-mechanisch simulatie-model gepresenteerd, waar de onderzoekers heilig in lijken te geloven. De denkwijze is ongeveer: ons model geeft aan dat er geen schade kan ontstaan. Dus er is geen schade! Dit doorgeslagen, wat wereldvreemde model-denken zien we ook bij andere clubs. Zo houdt het SODM (Staatstoezicht op de Mijnen) nog steeds hardnekkig vast aan modellen met de verwachting van “geen directe schade aan gebouwen of infrastructuur” door de mijnbouwactiviteiten van de NAM bij de UGS Norg. En dat blijven ze voortdurend op tal van plaatsen herhalen. Alsof de realiteit (bijna 9000 schademeldingen bij het IMG uit dit gebied) ondergeschikt moet worden geacht aan het eigen computermodel. De realiteit is toch echt belangrijker dan een tekortschietend theoretisch model. Tijd om je model te herzien en aan te passen aan de werkelijkheid, zou toch een weldenkend mens zeggen! 

Helaas heeft onlangs de Raad van State zich onlangs nog laten misleiden, door de “geruststellende” modellen en verwachtingen van het SodM.

Cyclische bodembeweging
Het gepresenteerde model is uitsluitend gericht op gaswinning. En het gaat vooral over bodemdaling. Voor het gebied Zuidoost Groningen is dat misschien nog wel relevant. Bij de UGS Norg gaat het echter om een gewaagd mijnbouwexperiment met gasopslag. Dit gebeurt sinds 1997 in het leeg geproduceerde Norger Gasveld. Dit rapport gaat nauwelijks in op de cyclische bodembeweging die hier plaatsvind, door het voortdurend injecteren en oppompen van gas. Volgens de NAM en het SodM zou het gaan om steeds 2 centimeter bodemdaling en bodemstijging door dit multicyclische proces. Er zijn mijnbouwkundigen, die een ruimere bandbreedte noemen…

Het is op zich moeilijk voor te stellen dat diepe bodembeweging niet zou leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur. Het is toch te verwachten dat bodembeweging in de ondergrond consequenties heeft voor beweging in de bovengrond (op maaiveldniveau, als u wilt). De zeer ernstige schade in afgelopen vijf jaar aan oudere gebouwen (bijvoorbeeld boerderijen) getuigen hiervan. Het is wat hautain te noemen dat de onderzoekers met geen enkel woord refereren aan de vele duizenden schademeldingen. Het verloop van de vele schademeldingen loopt synchroon aan de verhoging van het werkvolume en de voortdurende verruiming van de werkdrukken. Met het excessief inzetten van de UGS Norg sinds 2020, is er inmiddels een lawine van mijnbouwschademeldingen op gang gekomen.

Gedupeerden verdienen beter en breder onderzoeken
Omwonenden van de UGS Norg verdienen een uitgebreider en gedegener onderzoek dan dit. Daarbij zou ook praktijkonderzoek gewenst zijn. Dus niet alleen een theoretisch rapport produceren van achter een bureau in Den Haag of Delft, dus zeg maar desk research. Maar ook een serieus onderzoek ‘in het veld’ is gewenst. Dus eerst een gedegen situatieonderzoek naar het bijzondere, specifieke karakter van deze mijnbouwactiviteit (grootschalige opslag in bewoond gebied). Een extra risicovol mijnbouwexperiment, omdat er ook nog enkele kleine gasvelden in de directe nabijheid worden leeggetrokken. 

Het voorliggende, teleurstellende rapport verschaft niet deduidelijkheid waarop het IMG misschien hoopte. Net als bij TNO/TU rapporten over het Groninger gaswinningsgebied in het verleden, wordt slechts verwarring gezaaid. Een mooie uitspraak van Susan Top van het Groninger Gasberaad (GGB), te lezen in het Dagblad van het Noorden van 3 maart 2021: ‘de zaak moet worden omgedraaid. Als je zegt dat de schade niet te wijten is aan bodembeweging, wat is dan wel de oorzaak?’ De beantwoording van die vraag blijft in het rapport geheel achterwege. Hilarisch is ook nog de slotconclusie van het rapport, ‘dat schade aan huizen niet kan leiden tot schade aan huizen’. Dit is toch een slordige blunder te noemen als slotconclusie van het rapport, wat zo toch nog een kenmerk in zich draagt van een haastklus.

Advies panel van deskundigen
Januari 2019 heeft het IMG een duidelijk en belangrijk advies gehad van een breed panel van technische deskundigen en juristen. Zij stelden, dat mijnbouwschade bij diepe bodembeweging zeker niet kan worden uitgesloten. Daarom heeft dit zogenaamde “panel van deskundigen” het IMG geadviseerd het wettelijk bewijsvermoeden toe te passen.  Het oordeel van dit brede gremium van specialisten, hoort toch het meer gewicht in de schaal te leggen dan dit literatuuronderzoek van drie wetenschappers.

Overigens zien we sinds zomer 2020 steeds meer afwijzingen van schademeldingen, omdat vele schadeopnemers het wettelijk bewijsvermoeden trachten te ontkrachten, door slechts uit te gaan van gemeten trillingen na de zware aardbeving in Huizinge (2012). Ook al heeft het IMG recentelijk erkend, dat deze zogenaamde “trillinstool” de omgekeerde bewijslast niet zou mogen ondergraven.

De missie van het IMG
Dit ontoereikende, onvoldragen rapport, dat de 9000 schademeldingen in de gemeenten Noordenveld en Westerkwartier totaal onbesproken laat, mag ons inziens de missie van het IMG niet gaan beïnvloeden. In de eigen woorden van het IMG is hun doelstelling: ‘schadeafhandeling met de volgende kernwoorden: ” rechtvaardig, ruimhartig, onafhankelijk, voortvarend, en conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur”. Dat is een mooi mission statement, om het eens in moderne managementtaal te zeggen. Maar als het IMG dit doel werkelijk in de praktijk wil realiseren, dan moet er een eind komen aan de vergaande willekeur zoals die nu in de praktijk van schadeafhandelingen nog steeds frequent voorkomt.

En na het tientallen jaren ten onrechte verkondigen, dat bodembeweging niet leidt tot schade aan woningen en infrastructuur (door de NAM, mijnbouwadviesorganen, kennisinstituten als TNO en ook de Nederlandse Staat) is het nu toch echt genoeg geweest In Drenthe willen we niet zo’n idioot “ontkenningstraject” in gaan als het langdurig voorgelogen Groningen!

Jan Klinkenberg  (op persoonlijke titel)